Overtoom 245, 1054 HV, Amsterdam | [email protected] | +31.20.8899001

⟵ Rerug naar het artikel

Stop daar nu eens mee: ik ben Montessori-opvoeder en ik begrijp niet dat ouders in 2025 deze vraag nog aan hun kind stellen

Volgens een recente peiling van Ouders.

nl stelt 68 % van de Nederlandse ouders dagelijks minstens drie “sturende” vragen aan hun kind — vaak zonder zich bewust te zijn van hun effect op zelfstandigheid.

In 2025, terwijl scholen en opvangcentra steeds vaker kiezen voor kindgerichte pedagogiek, blijven veel gezinnen vasthouden aan verbale reflexen die haaks staan op het gedachtegoed van Maria Montessori. Het verschil tussen wat we zeggen en wat een kind hoort, blijkt groter dan ooit. En dat wringt: de samenleving vraagt zelfstandige jongeren, maar onze taal blijft bevelend verpakt in schijnbare keuzes.

De hardnekkige gewoonte om keuzes te veinzen

Wie herkent het niet: “Wil je nu je jas aantrekken of straks?” klinkt vriendelijk, maar bevat geen echte keuze. Montessori-opvoeders zoals Liesbeth van den Berg wijzen erop dat zulke formuleringen in feite valse autonomie scheppen. De ouder verwacht een bepaald antwoord, het kind leert vooral raden naar wat gewenst is.

MontessoriIk ben al 20 jaar Montessori-opvoeder en dit is waarom je kind soms een enorme crisis krijgt zonder duidelijke reden

Onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut uit 2024 toonde dat kinderen tussen vier en zes jaar gemiddeld 27 keer per dag met deze zogenoemde ‘geleide vragen’ worden geconfronteerd. In gezinnen die bewust Montessori-principes toepassen, daalt dit cijfer tot minder dan tien.

De discrepantie zegt iets over onze opvoedingscultuur: ouders willen ruimte geven, maar vertrouwen onvoldoende op de natuurlijke drang van het kind om zelf te handelen.

Wat er werkelijk gebeurt in het hoofd van het kind

Neuropedagogische studies van de Universiteit Leiden tonen dat wanneer een kind een vraag hoort die eigenlijk een bevel verbergt (“Kun je even stoppen met huilen?”), de prefrontale cortex stressreacties registreert vergelijkbaar met die bij afwijzing. Het brein hoort geen verzoek, maar een oordeel.

Montessori-opleiders leren daarom consequent onderscheid te maken tussen keuzevrijheid en taalcontrole. Een heldere instructie zoals “Je mag zelf kiezen waar je rustig wordt: op de bank of aan tafel” biedt structuur zonder druk. Het lijkt detailwerk, maar volgens gedragsanalyses beïnvloedt deze nuance op termijn zelfvertrouwen en impulsbeheersing.

De kloof tussen school en thuis groeit

Sinds de invoering van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) zet bijna één op drie basisscholen in Nederland in op elementen uit het Montessorionderwijs. Toch ontstaat er thuis vaak frictie: kinderen die overdag zelfstandig werken, krijgen ’s avonds instructies in vraagvorm teruggekaatst.

  • 27 % van de leerkrachten meldt dat ouders “de autonomie weer afleren” bij thuiskomst.
  • 42 % ervaart spanning tussen schoolregels (zelf laten kiezen) en huisregels (gehoorzamen).
  • 15 % ziet zelfs regressie in gedrag na vakanties door inconsistent taalgebruik.

Het resultaat: gefrustreerde ouders, verwarde kinderen en professionals die elkaar mislopen in hun intenties. De kernvraag luidt niet langer wat goed opvoeden is, maar wie bepaalt hoe autonomie klinkt.

Taal als spiegel van macht

Taal vormt gedrag. Dat principe staat centraal in de Montessori-filosofie sinds 1907. Toch herkennen veel ouders zichzelf eerder in commerciële opvoedadviezen dan in pedagogische literatuur. TikTok-accounts met miljoenenvolgers herhalen inmiddels dezelfde boodschap als Montessoridocenten al meer dan een eeuw geven: stop met bevelen vermomd als vragen.

Mediapsycholoog Susan Bosman noemt dit “de illusie van democratische communicatie”. Volgens haar analyserapport voor de NOS (november 2024) voelt 71 % van de ondervraagde ouders zich schuldig na zo’n vraag—niet omdat ze kwaad willen doen, maar omdat ze beseffen dat woorden macht dragen die ze niet bedoelden te gebruiken.

Kleine woorden, grote gevolgen voor gezinsrust

Echte alternatieven voor schijnvragen

Veelgestelde ouderlijke vraag Beter geformuleerde Montessori-vraag of uitspraak
“Wil je nu eindelijk eens opruimen?” “Het is tijd om samen op te ruimen; jij kiest met welk hoekje we beginnen.”
“Kun je even stoppen met huilen?” “Je bent verdrietig. Ik blijf bij je tot je weer rustig bent.”
“Ga je mee tandenpoetsen of niet?” “We gaan tandenpoetsen; daarna kies jij het verhaaltje.”

Dergelijke formuleringen herstellen balans: duidelijke grenzen zonder schuldinductie. Ze besparen tijd én tranen – letterlijk, volgens data van Kinderopvang Humanitas, waar incidenten rond bedtijd met 22 % daalden na invoering van dit taalprotocol.

Naar een nieuwe omgangsvorm tussen ouder en kind

De maatschappelijke context verandert sneller dan onze woorden. Terwijl beleidsmakers investeren in kansengelijkheid en mentale veerkracht, beginnen pedagogen zich af te vragen waarom taaltraining voor ouders nog altijd optioneel is. Het Ministerie van OCW beraadt zich over pilotprojecten waarin logopedisten samenwerken met oudercoaches om communicatieve patronen te herschrijven voordat spanningen escaleren.

Eén ding staat vast: zolang vragen worden gebruikt als gecamoufleerde bevelen, blijft autonomie een mooi ideaal dat thuis stukloopt op gewoonte. En misschien is dát precies waarom Montessori-opvoeders anno 2025 blijven herhalen: stop daar nu eens mee — stel geen vraag waar geen echt antwoord mogelijk is.

Geef je feedback

Beoordeel als eerste deze post
of laat een gedetailleerde recensie achter


Deel deze post nu!


63 beoordelingen op "Stop daar nu eens mee: ik ben Montessori-opvoeder en ik begrijp niet dat ouders in 2025 deze vraag nog aan hun kind stellen"

Laat een recensie achter

63 meningen